Thuisonderwijs is niet thuis
“Hey Charles, wat vindt jij eigenlijk van dat stuk van BOOS over thuisonderwijs? Kan je een reactie geven?”

Uuuhhh, ja, dat wil ik wel, maar heb ik daar tijd voor? Want deze week hebben we Wereldklas, een geweldige thuisonderwijs groep waarbij de kinderen samen over aardrijkskunde leren. En volgende week gaan we drie dagen op kamp naar de middeleeuwen met een andere thuisonderwijs groep. En ergens tussendoor mag ik graag zwemmen met mijn jongste en een vriendinnetje, en hebben we ook nog een speelgroep. Best druk nog eigenlijk, dat thuisonderwijs.
Thuisonderwijs is een raar woord. Ten eerste omdat het, juridisch gezien, niet bestaat in Nederland. Mijn jongste kind heeft een vrijstelling van de leerplicht. Dat komt, even kort gezegd, omdat er geen school is die overeenkomt met onze levensovertuiging. Dan heb je recht op een vrijstelling van de leerplicht.
Dat is meteen ook waarom er geen toezicht bestaat op thuisonderwijs. Je kan namelijk geen toezicht houden op een niet bestaande onderwijsvorm. De meeste thuisonderwijzers zijn vóór een passende vorm van toezicht, maar dan hebben we dus wel een echte wet op thuisonderwijs nodig, en die komt er maar niet. We blijven hangen op een rare vrijstelling die maar voor een zeer kleine groep toegankelijk is.
Ten tweede is thuis eigenlijk de laatste plek waar we dat onderwijs doen. We lopen naar buiten, komen bij elkaar, verzamelen bij musea, organiseren groepen en gaan samen op reis. Thuisonderwijs is een werkwoord en het is iets wat je gezamelijk doet.
“Ja maarrrrrrr!” hoor ik je al roepen. “Dat zal niet voor elk gezin zo zijn! Die kinderen kunnen zomaar geïsoleerd raken!!!”
Ja, ja, dat kan. Het is niet heel waarschijnlijk (Heb je die intro gelezen met mijn drukke programma?) maar het kan, in theorie. Kan overigens ook zonder thuisonderwijs hoor.
Op die Wereldklas waar ik het net over had sprak ik toevallig met een jochie, jaar of 12 gok ik, hij had de cijfers paraat (Dat is overigens een van de leuke dingen van thuisonderwijs kinderen, ze praten rustig mee met de volwassenen want ze zijn eraan gewend om gelijkwaardig behandeld te worden.) Er zijn ruim 2500 kinderen in Nederland met een 5.b vrijstelling van de leerplichtwet. Dat is 0.01% van alle leerplichtige kinderen. Aan de andere kant zijn er, volgens een conservatieve schatting, zo’n 70 000 kinderen die uitgevallen zijn op school, de zogeheten thuiszitters, met nog eens een veelvoud daarvan waarbij uitval dreigt. Dit zijn allemaal kinderen waar het heel slecht mee gaat, die diep getraumatiseerd zijn. Het moge duidelijk zijn dat schoolgang geen garantie is voor het welzijn van een kind.
Er zijn ook meerdere onderzoeken die heel duidelijk uitwijzen dat het gemiddeld juist veel beter gaat met kinderen die thuisonderwijs krijgen. De angsten die momenteel rondgaan zijn ook nog eens niet evidence based. (Zeg BOOS, ik had eigenlijk wat dat betreft van jullie wel verwacht dat die ‘evidence’ uitgezocht zou zijn door jullie. Dat hoort toch bij goede journalistiek? Of zie ik dat nu verkeerd?)
Een goede wet op thuisonderwijs, met een passende vorm van toezicht, zou juist ook voor de veel grotere groep thuiszitters een uitkomst kunnen zijn. Het lukt de meeste scholen maar niet om het maatwerk te leveren dat ze volgens de wet passend onderwijs wel verplicht zijn. Ouders aan de andere kant, die doen niet anders dan maatwerk leveren. Dus waar zit nu eigenlijk het probleem?
Naam
Reactie
Laat een reactie achter










